Activiteiten‎ > ‎

Denhalen

Ter iere van Sint Briej
"De jaarlijkse St Brigidaboomplanting te Noorbeek is voor en boven alles het feest van het boerenpaard....het meest spectaculaire, zinrijke en inhoudsvolle paardenfestijn dat in Nederland geboden wordt". In "De Hoefslag", een weekblad voor paardenvrienden, schrijft folklorist D.J. van der Ven in 1964 deze lovende woorden over het halen en planten van de Sint Brigida-den. "Spectaculair" is het zeker. Het neerhalen van de oude den het kappen van de nieuwe, de lange tocht en de binnenkomst in Noorbeek met prachtig opgetuigde paarden terwijl de kerkklokken luiden en het "hèven" om de nieuwe den voor kapel van Sint Brigida op zijn plaats te krijgen, geven op veel momenten aanleiding tot een boeiend schouwspel.
   
Als de oude den is geveld, wordt de door de winnaar geschonken fles jenever geopend
 
De belofte, aan Sint Brigida in 1634 gedaan, om ieder jaar ter ere van haar een den te halen en te planten voor de kapel die aan haar gewijd is, als de gevreesde veeziekte zou verdwijnen, maakt het gebeuren meer "inhoudsvol" dan wanneer er enkel sprake zou zijn van het halen van een meiboom, als symbool van triomf van de zomer op de winter.
Het vertrouwen dat de mensen van Noorbeek in Sint Brigida hebben als beschermvrouwe van al degenen die bij het denhalen betrokken zijn en het geloof in haar als patrones van vee en parochie, mogen naar onze mening dan ook de kwalificatie "zinrijk" rechtvaardige.
 
De verloting van de oude den
De twee weken voor de Pasen worden door de bestuursleden huis aan huis loten verkocht voor de den. Op Paasmaandag vindt na de hoogmis traditiegetrouw de jaarvergadering van de Jonkheid plaats. Vóór deze vergadering wordt de oude Sint Brigida-den verloot. De Pastoor van de parrochie heeft de taak om het winnende lot te trekken. Tevoren wordt bekend gemaakt dat de winnaar van de oude den deze zelf op de tweede zaterdag na pasen moet uitgraven en aan de Jonkheid een liter Jenever verschuldigd is.
  
De grote dag
Elk jaar de tweede zaterdag na Pasen loopt Noorbeek uit voor het halen en "hèven" van de nieuwe Sint Brigida-den. Op de"grote dag" wordt rond 6.00 uur 's ochtens begonnen met het verwijderen van de den die een jaar lang bij de kerk van Noorbeek heeft gestaan. Eerst wordt de den aan de Kapel verankerd, waarna het met betonnen platen bedekte gat wordt uitgegraven. Door een simpel duwtje laat men de den dan ter aarde storten. Enkele seconden slechts duurt de spectaculaire val en met een harde klap wordt de enige dag in het jaar dat er geen den voor de Sint Brigida-Kapel staat ingeluid.
 
Een gedeelte van de Jonkheid gaat rond 8.00 uur naar het bos waar men de nieuwe den gaat kappen die enkele weken tevoren is uitgezocht en die het waard is om een jaar lang de trots van Noorbeek te mogen zijn. In het bos aangekomen klimt een van de leden in de uitgezochte boom om op een behoorlijke hoogte een touw te binden. Daarmee kan de den bij het vallen nog enigszins richting worden gegeven.

Voordat de eerste slagen, traditiegetrouw door Pastoor Sax en de burgemeester worden gedaan, wordt er eerst gebeden voor een behouden thuiskomst. Hierna wordt het kappen overgenomen door Jean Bastings die al meer dan 25 jaar de den kapt. De fles jenever, gekregen van de winnaar van de oude den, wordt daarna gebruikt om de kelen van de kappers zo af en toe te smeren. Na een uur gekapt te hebben stort de den onder luid geraas en gekraak ter aarde.
Het eerste wordt gekeken of tijdens de val de kop niet van de den is gebroken. Daarna wordt de den gemeten en met uitzondering van de kop ontdaan van zijn takken. De den is meestal rond de 30 meter lang. De den die meestal wordt uitgezocht in het Bovenste Bos bij Epen wordt dan met een tractor en trekbal naar het Rode Bos bij Remersdaal vervoerd.

Ondertussen wordt er in Noorbeek ook niet stil gezeten en worden de paarden uit alle windstreken met trailers naar Noorbeek gebracht en staan de leden die zich hebben opgegeven om met een paard te mogen lopen klaar om het paard te verzorgen en op te tuigen. Naast het gewone getuig heeft ook elk lid dat met een paard loopt een krans gemaakt van crêpepapier. Nadat alle paarden aan elkaar zijn gespannen en het karrepaard ook heeft plaatsgenomen  wordt er geprobeerd rond 10.00 uur vanuit Noorbeek te vertrekken richting Remersdaal waar de nieuwe den zich bevind. Als een bestuurslid van de Jonkheid op zijn koperen toeter het vertreksignaal geeft, zet de stoet van ongeveer 30 tot 35 paarden zich in beweging. Dit duurt trouwens niet lang want bij de voormalige smidse Hodiamont (nu café Tinus) wordt gestopt om volgens oud gebruik de wagenwielen te smeren. De zoon van de vroegere smid, Peter Hodiamont, heeft om de traditie te handhaven deze taak op zich genomen. Hierna wordt dan echt begonnen aan de tocht naar Remersdaal. Rond het middaguur is dan de plaats van bestemming bereikt.
 

Terwijl in het bos de nieuwe den wordt gekapt, worden in Noorbeek de paarden opgetuigd en in gereedheid gebracht om naar het bos te vertrekken
 
Nadat de lunch of broodjes worst zijn verorberd wordt er begonnen met het laden van de den op de dennewagen. Hier worden stiepe, rondhouten die met een ketting aan elkaar gekoppeld zijn en die voorzien zijn van dwarslatten gebruikt, om de den zijn plaats op de wagen te doen innemen. Als de den goed is vastgemaakt op de dennewagen worden de paarden weer één voor één in een stoet gezet en kan de terugreis naar Noorbeek beginnen.

De tocht naar Noorbeek wordt regelmatig onderbroken voor een bezoek aan de café's die op de route gelegen zijn. Café Schilberg is het eerste café waar de Jonkheid stopt en hier worden ook de paarden te drinken gegeven. Even later is het de beurt aan café Offermans op Hoogcruts waar de laatste versieringen worden aangebracht. De extra versieringen die iedereen heeft gemaakt zijn rozen die aan de trekkettingen en het getuig worden vastgemaakt of slingers die over de ruggen van de paarden worden gehangen.

 
Het opladen van de den gebeurt geheel met de hand
 
Zo rond de klok van 18.30 nadert de stoet de bebouwde kom van Noorbeek. Veel mensen komen de Jonkheid al tegemoet. De drie café's in het dorp zijn de laatste plaatsen waar nog gestopt wordt. Voor velen is dit de gelegenheid om de paarden en de den eens goed te bekijken. Kleine kinderen vinden een plaatsje op een van de paarden of op de nieuwe den terwijl door de trotse ouders een foto wordt gemaakt.

Nadat de avondmis is afgelopen wordt het laatste stukje naar de Pley afgelegd. Onder het zingen van het lied "Hève, hève, hève, loate vur nog uns hève, ter iere van Sint Briej", klokkengelui en grote belangstelling nadert de den de Pley. Daar wordt nog éénmaal gestopt waarna de paarden een ererondje om de kerk lopen en nog één keer door het altijd massaal opgekomen luid klappend publiek door lopen alvorens het karrepaard met de dennewagen de laatste 75 meter tot aan de kapel van Sint Brigida volbrengt. Hier geeft de kapitein van de Jonkheid zijn laatste toetersignaal en daarmee is het werk van de Jonkheid, behoudens het verzorgen van de paarden, gedaan.

De laatste meters tot aan het gat bij de kapel wordt de dennewagen nog maar getrokken door een paard, "ut Karrepeerd".

Het hèven
Als de den door de Jonkheid tot vlak voor de kapel is gebracht, dan is het werk voor de getrouwde mannen. Iedereen probeert een plaatsje aan de stiep te bemachtigen. Het hèven kan beginnen. Op aanwijzingen van Jef Vaessen en Jef Loo worden de stiepen beurtelings verplaatst en getild. Ook wordt er regelmatig gepauzeerd om het door de Jonkheid aangeboden glas bier of "drupke" uit de fles te nuttigen. Hoe hoger de boom komt, hoe korter de stiepen bij elkaar komen. Tijdens het hèven wordt het gat waarin de den geplaatst is met zand bijgevuld.

Door het naar elkaar toebewegen en het om en om verplaatsen van de stiepen wordt de den rechtgezet, gehèven op zijn noorbeeks.
 
Als de den uiteindelijk, zo tegen 00.00 uur weer kaarsrecht voor de Sint Brigida-kapel staat, begint de kermis pas echt. En er zal geen mens in Noorbeek zijn die op zondagmorgen niet even zijn blik werpt op de trots van het dorp, Sint Brigida-den.
 

Gedicht Sint Brigida-den geschreven door Servé Gubbels in 1958


Sint Brigida-den (1958)
Ich stoon hie laank en smaal
Der zeet mich bekaans van euveraal
Ich han e raar en gek model
En stoon hie stols veur de kapel
Ich bin St.Brigida-den, der kint mich allemoal
Noe doon ich euch e stukske van mie levensverhoal

Ich haan hiel veul zie gebeure
'T engt woar good, 't ander aaf te keure
Ich geleuf dat de luj 't metste spas nog hant
Es ich eeder joar wer opnuj wer geplant
Joonk en oud es dan op de bee
En dan amuseert zich ooch ederee

Kinderkes han ich ter deup zie bringe
En ze later um mich heen zie springe
Ich han mennige jong met 't eurste medeke zie goa
En an miene voot blieve ze dan effekes stoa
Da zag der jong: "Hil ste ooch va mich?
Ich how mer va engt en dat bes dich"

Es 't medeke d'r jong um gen hoas da veel
Wes he ooch dat 't hiel veul van hem heel
Neet zoelang d'r noa, messchie e joar of drie
Kom d''r jong met 't medsje a z'n zie
De Trappe aaf, es maan en vrow
Want i gen kerk belofde ze zich iewig trow

'T zondes noa de mis stunt ze onder mich te kalle
E da vernumst de dek allerhaand gevalle
Verleje hoert ich: "De carnavalsvereniging, die geet kapot,
Joa, dis kier liekt ze zekker op gen vot"
Ze numde dae en dae, de naame koes ich neet verstoa
Die heje doa ze leve neet oet mogge goa
Me wie ich zeen, zunt ze noe toch wer bie jee
En dat 't good get, dat ziet toch iederee

Ze genruuke mich ooch as aanplakbord
En veur reklaam te maake veur d'r sport
Of as d'r ene of d'r aandere get kwiet es woare
En die met vastenoavend der bolhood haant verloare
Of ene de met Nuj-jaor op 't gemingde-hoes zoeveil haat genint
Dat de ziene eige hood nog neet mie kint

Al bin ich dan neet mieje as ene hiele lange poal
Toch houd d'r va mich ,stuk veur stuk, allemoal
Ich zow euch wille vroage, hod d'r DEN in iere
En wil va mich nog liere
Blieft euch allemoal good verstoa
Da zal 't in os durpke ooch prima goa  
 
Subpagina''s (1): Jeugd denhalen